‘Zonde’ – een kort verhaal

Hij wist dat hij het niet moest doen. Voorzichtig stak broeder Malachias zijn hoofd om de hoek van de refter. De sobere eetzaal was verlaten. De eikenhouten tafel waaraan hij drie keer per dag zijn maaltijd nuttigde, stond gedekt voor het avondeten. De borden en mokken, zonder oor, vormden een monastiek stilleven, wachtend op de ruwe penseelstreken van broeder-kok die dagelijks twaalf zielen van een eenvoudige maaltijd voorzag. Broeder-kok was vanmiddag echter in geen velden of wegen te bekennen.

chocoladevla
(foto: Wikimedia Commons/Oscar)

Behoedzaam stapte Malachias de refter in en sloot zachtjes de deur achter zich. Geruisloos liep hij op zijn sandalen over de oude plavuizen. Zelfs de Heilige Geest zou niet stiller voorbij kunnen gaan, bedacht hij zich met een schuldgevoel.

Bij de tafel van Vader Abt vertraagde zijn pas. Zijn blik werd als vanzelf naar het houten kruisbeeld getrokken dat daar aan de muur hing. Een paar seconden lang keek hij in de ogen van de gekruisigde Christus. ‘Vergeef hen Vader, want zij weten niet wat zij doen.’ Een kleine rilling liep over zijn rug.

Natuurlijk was het verkeerd wat hij deed. Hij zou zich tegenover Vader Abt moeten verantwoorden. Wie voor het kloosterleven koos en zondigde tegen God, zichzelf of de gemeenschap, koos er doorgaans ook voor om zijn fouten en gebreken regelmatig op te biechten. Door de jaren heen was hij daar zorgvuldig mee omgegaan. Zo zorgvuldig zelfs, dat Vader Abt hem had gevraagd om zijn biechtvader te worden. Zo hielden ze elkaar in balans. Wat de één opbiechtte, bewaarde de ander in zijn hart.

Snel schudde Malachias de gedachte aan de begripvolle blik van Vader Abt van zich af. Hij draaide het kruisbeeld de rug toe en liep door naar de deur links achterin de refter. Daar lag de kloosterkeuken. Een korte gang verbond de beide ruimtes met elkaar. Even later stond hij in het wit-betegelde domein van broeder-kok. De ruimte was smetteloos schoon en er hing een weeïge geur van afwasmiddel en bleekwater.

Maar dat zag of rook Malachias niet. Zijn blik werd gevangen door het late namiddaglicht dat door het keukenraam op de koelkast viel. De gloed van de zon transformeerde het logge, roestvrijstalen gevaarte in een bovenmaatse schatkist van puur goud. Hij kon er zijn ogen niet van afhouden. Langzaam kroop de begeerte verder zijn hongerige ziel binnen en toen, na een laatste aarzeling, gaf hij eraan toe.

Zonder verder na te denken, greep hij een lepel uit de besteklade, opende de koelkast en nam één van de twaalf klaarstaande schaaltjes chocoladevla. Gulzig nam hij een hap. En nog een. Zijn smaakpapillen getuigden in opperste extase van het hemelse wonder dat zich tussen zijn tong en gehemelte voltrok. Gelukzalig sloot Malachias zijn ogen. Even, heel even, was God terug op aarde.

Verderop in het klooster keek Vader Abt bedrukt naar de Maria-icoon die boven de kleine schrijftafel in zijn kloostercel hing. Hij had gefaald. Geen enkel gebed tot de Moeder Gods had geholpen om de zoete verleiding te weerstaan en het bewijs daarvan lag leeg in de prullenmand. Met een diepe zucht stond hij op. Misschien moest hij broeder Malachias maar vragen om zijn biecht af te nemen. Treurig likte hij de laatste druppel chocoladevla van zijn vingers. De koeien op het lege vlakarton keken hem vanuit de prullenmand verwijtend aan.

Maar in de refter leek het kruisbeeld te glimlachen.

© Annemarie Latour, 2017

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.